|
Lymfoscintigrafie - Principes |
|
|
Het Nanocoll poeder bestaat uit deeltjes door hitte gedenatureerde
humane albumine serum ter grootte van gemiddeld 80 nanometer. Wanneer
ze in het weefsel worden ingespoten, kunnen ze enkel door het
lymfestelsel worden opgenomen. Ze zijn gemerkt met Tc99m en kunnen dus
de efferente lymfevaten visualiseren ter hoogte van de injectiepunten
waar ze doorgaan maar ook de lymfeklieren waarin deze vaten uitmonden
en waar ze worden gevat door de kliermacrofagen. De verkregen statische
en dynamische beelden reiken dus functionele en morfologische
informatie aan over het lymfestelsel van de ledematen.
Het in
fase 3 voorgestelde protocol steunt op bepaalde gegevens uit de
literatuur en de klinische kennis. Een oedeem kan optreden bij een
lidmaat in rust (⇒ Fase I) of slechts aan het eind van de dag optreden
na het rondwandelen (⇒ Fase III). De korte oefening die in fase II
wordt voorgesteld is over het algemeen voldoende om een duidelijk beeld
te geven van de lymfevaten van de ledematen; een beeld van de vaten die
bij bepaalde lymfoedemen kan zijn verdoezeld; dat kan verdwijnen na een
uur normale activiteit onder een net van
oppervlaktehuidcollateralisatie.
|