Belnuc
Homepage
Lymfoscintigrafie - Verloop van het onderzoek (fase 1 tot 3) Afdrukken


LEAP collimators (low energy all-purpose)

Injecties :

De ledematen in rust, de patiënt ligt daarbij al minimum 5 minuten op het bed van de camera.

Indien nodig assistentie vragen om de patiënt en zijn voet en/of voeten te immobiliseren tijdens de inspuitingen.

Onderhuidse injectie (niet intradermaal!) door de arts in de 1ste interdigitale ruimte van elke voet (niet in de intermetacarpale ruimte!)

De arts moet er zich van vergewissen dat de injectie niet intraveneus gebeurt door voor het injecteren te aspireren.

Het injecteren moet traag en geleidelijk gebeuren (in het hoofd van 1 tot 7 tellen).

Bij bloeding zachtjes deppen zonder drukken en dit noteren op het onderzoeksblad (een eenvoudige bloeding heeft uit ondervinding weinig impact op de resultaten van het onderzoek)

Opmerking: Wanneer er in de injectiespuiten nog wat reststof zit, of wordt gelaten, kan dit binnen het camerabereik worden geplaatst en vervolgens worden gebruikt als referentie voor de correctie van de fysische vermindering of als kwantificeringsreferentie achteraf na het meten

Deel 1: Fase « 0 », 1 en 2 opeenvolgend, een na een !

Fase « 0 » :

Camera gericht op de injectiepunten

Let op !

De kop van de camera moet op standaardafstand van het bed van de camera worden geplaatst: controleer de stand van de voeten ten opzichte van het camerabereik: deze stand moet op dezelfde wijze worden herhaald bij aanvang van fase 3!

Let op !

Zich ervan vergewissen dat de respons van de camera perfect lineair verloopt tot de punctuele activiteiten van 3 mCi!
Zich ervan vergewissen dat de respons van de camera perfect stabiel verloopt!

Let op !

De voeten moeten zo worden geplaatst dat de voetrug min of meer horizontaal staat (de voeten moeten niet loodrecht ten opzichte van het camerabereik staan). Twee redenen daartoe: vermijden dat de dikke teen omwille van de geïnjecteerde stof zachter wordt en, achteraf, een collateralisatie van de oppervlaktehuid, die beperkt kan zijn aan de voetrug en weinig zichtbaar wanneer de voet in “verticale” stand staat, duidelijk kunnen identificeren

Optioneel: De injectiespuiten met eventuele reststof of een andere referentiebron worden binnen het camerabereik geplaatst. Daarbij dient erover te worden gewaakt dat ze in dezelfde geometrische stand worden geplaatst!

Meten van de injectiepunten en van de reststof in de injectiespuiten (of van een standaardbron)

Matrix 128x128 (of 256x256), word modus, stat of dyn (volgens de lineariteit van de camera voor hoge punctuele activiteit), 60 sec of 10x2sec

 

 

Fase 1 : « Werking van het lymfestelsel van de ledematen in rust »

De ledematen nog steeds in rust. Tijdens deze fase kunnen aan de patiënt vragen worden gesteld

a) Kinetische transporttijd van de injectiepunten naar de lymfeklieren

Bereid een dynamica voor van 30 minuten (bv.: matrix 64x64, bytemodus, 90 beelden van 20 sec)

Verplaats de camera, gericht op de inguinale streek

Start de dynamica (duur = 30 minuten)

De patiënt eraan herinneren dat hij of zij noch de voeten, noch de tenen mag bewegen!Indien dit toch gebeurt (bijvoorbeeld bij onrustige kinderen) dient de beeldvorming te worden overgedaan

Activiteitscurve volgens de tijd in inguinale en/of iliacale klieren R en L

Normen :

- Aan het eind van de dynamica moet ten minste een lagere femoro-inguinale klier worden gevisualiseerd

- Activiteit R=L

- asymmetrie in dit stadium is slechts significant wanneer de vergelijking van de activiteitscurves ter hoogte van de klieren van de wortel van de ledematen een gecumuleerde activiteit aantoont van 30% minder ter hoogte van het lidmaat met oedeem of met het meeste oedeem aan het eind van de rustfase.

b) Beeldvorming van het volledige lichaam – van hoofd tot voeten

Scannen van het volledige lichaam – van de voeten (inclusief injectiepunten) tot het hoofd langs voren en idealiter langs achter.
(Step & shoot 60 sec per beeld of volledig lichaam in 5-6 minuten)

Let op !

Erop toezien dat de patiënt niet de handen in de zakken houdt ter hoogte van de inguinale streek! Dat kan immers leiden tot een diffuus beeld dat een lymfereflux in de hand kan werken vanaf de inguinale klieren.

Normen:

- de tracer moet minimaal het eerste onderste femoro-inguinale klierstation bereiken

- er dient een normaal lymfevattraject te worden onderzocht ter hoogte van het interne gedeelte van het lidmaat vanaf het injectiepunt tot het eerste klierstation

c) Functionele interpretaties (tot besluit)

-    Wanneer de tracer het eerste inguinale station niet bereikt, wordt dit geïnterpreteerd als een “functionele lymfevatinsufficiëntie in rust”

-    elke asymmetrie moet worden geïnterpreteerd in het licht van de klinische kennis: bijvoorbeeld, een asymmetrische klieractiviteit R>L bij aanwezigheid van oedeem L of L>R ondersteunt een diagnose van oedeem met lymfatisch component. Diezelfde asymmetrie R>L bij aanwezigheid van oedeem R of R>L pleit echter tegen een lymfatische component, maar eerder voor overbelasting (zie verder)

-    een asymmetrie in de kinetiek van de klieraccumulatie (bijvoorbeeld R>L) samen met een klinisch oedeem (oedeem L of L>R) duidt op een “relatieve functionele lymfevatinsufficiëntie in rust”

-    een asymmetrie in de kinetiek van de klieraccumulatie (bijvoorbeeld R>L) in contradictie met het klinische oedeem (oedeem R of R>L) wijst op een “overbelasting van het lymfestelsel in rust”

-    wanneer de tracer na de inspuiting de eerste inguinale stations zeer snel bereikt, kan dit wijzen op een overbelasting van het lymfestelsel (DVT, ontsteking, hartoedeem of nieroedeem, …) of op een lopende behandeling

-    de visualisering van knieholteklieren (of zeldzamer, van de surale klieren) is abnormaal en wijst op een “belasting van het diepere net” die vaak gepaard gaat met een relatieve of absolute functionele lymfeïnsufficiëntie. Dit stemt overeen met een fenomeen van compensatie en kan worden waargenomen ter hoogte van een lidmaat dat blijkbaar vrij van oedeem is, maar zich wel in een staat van latent lymfoedeem bevindt.
 
 

Fase 2 : « Werking van het lymfestelsel van de ledematen bij lichte inspanning»

a) Kinetische transporttijd van de injectiepunten naar de lymfeklieren

Verplaats de camera, gericht op de inguinale streek

Bereid een dynamica voor van 15 minuten (bijvoorbeeld: matrix 64x64, bytemodus, 90 beelden van 10 sec)

Start de dynamica

Ledematen
In rust gedurende 5 minuten,
vervolgens “tip-toeing van de voeten en van de tenen” gedurende 5 min,
vervolgens rust gedurende 5 min!

Activiteitscurve volgens de tijd in inguinale en/of iliacale klieren R en L

Normen:

-    Aan het eind van de dynamica moet ten minste een lagere femoro-inguinale klier worden gevisualiseerd
-    activiteit R=L
-    asymmetrie in dit stadium is slechts significant wanneer de vergelijking van de activiteitscurves ter hoogte van de klieren van de wortel van de ledematen een gecumuleerde activiteit aantoont van 30% minder ter hoogte van het lidmaat met oedeem of met het meeste oedeem aan het eind van de rustfase.

b) Beeldvorming van het volledige lichaam – van hoofd tot voeten

Let op !

Erop toezien dat de patiënt niet de handen in de zakken houdt ter hoogte van de inguinale streek! Dat kan immers leiden tot een diffuus beeld dat een lymfereflux in de hand kan werken vanaf de inguinale klieren.

Normen:

-    de tracer moet minimaal het eerste onderste femoro-inguinale klierstation bereiken
-    er dient een normaal lymfevattraject te worden vastgesteld ter hoogte van het interne gedeelte van het lidmaat vanaf het injectiepunt tot het eerste klierstation

c) Functionele interpretaties (tot besluit)

-    Wanneer de tracer het eerste inguinale station niet bereikt, wordt dit geïnterpreteerd als een “functionele lymfevatinsufficiëntie bij inspanning”

-    elke asymmetrie moet worden geïnterpreteerd in het licht van de klinische kennis: bijvoorbeeld, een asymmetrische klieractiviteit R>L bij aanwezigheid van oedeem L of L>R ondersteunt een diagnose van een oedeem met lymfatisch component. Diezelfde asymmetrie R>L bij aanwezigheid van oedeem R of R>L pleit echter tegen een lymfatische component, maar eerder voor overbelasting (zie verder)

-    een asymmetrie in de kinetiek van de klieraccumulatie (bijvoorbeeld R>L) samen met een klinisch oedeem (oedeem L of L>R) duidt op een “relatieve functionele lymfevatinsufficiëntie bij inspanning”

-    een asymmetrie in de kinetiek van de klieraccumulatie (bijvoorbeeld R>L) in contradictie met het klinische oedeem (oedeem R of R>L) wijst op een “overbelasting van het lymfestelsel bij inspanning”

-    de visualisering van knieholteklieren (of zeldzamer, van de surale klieren) is abnormaal en wijst op een “belasting van het diepere net”, die vaak gepaard gaat met een relatieve of absolute functionele lymfeïnsufficiëntie. Dit stemt overeen met een fenomeen van compensatie en kan worden waargenomen ter hoogte van een lidmaat dat blijkbaar vrij van oedemen is, maar zich wel in een staat van latent lymfoedeem bevindt.

-    Het einde kan in deze fase als normaal worden beschouwd (meer precies, genormaliseerd) zelfs bij aanwezigheid van een lymfeoedeem WANNEER de patiënt al meerdere kinesitherapeutsche behandelingssessies achter de rug heeft of een medicamenteuze behandeling volgt!

Let op !

Er zich aan het eind van deze fase van vergewissen dat de patiënt er zich duidelijk van bewust is dat hij of zij tijdens het volgende uur moet stappen, wandelen (bijvoorbeeld een dossier openen). De patiënt mag een uur lang niet gaan zitten in een zetel...

 

 

Deel 2 (na een uur stappen) :

Fase 3 : Na een uur wandelen op normaal tempo

Let op !

Zich ervan vergewissen dat de patiënt wel degelijk heeft gewandeld en niet een uur lang in een zetel is blijven zitten …

(met steunkousen wanneer de patiënt die draagt)

a) Camera gericht op de injectiepunten

Let op !

De kop van de camera moet op standaardafstand van het bed van de camera worden geplaatst: controleer de stand van de voeten ten opzichte van het camerabereik: deze stand moet identiek zijn aan deze bij aanvang van fase “0”!

Let op !

De voeten moeten zo worden geplaatst dat de voetrug min of meer horizontaal staat (de voeten moeten niet loodrecht ten opzichte van het camerabereik staan). Twee redenen daartoe: vermijden dat de dikke teen omwille van de geïnjecteerde stof zachter wordt en, achteraf, een collateralisatie van de oppervlaktehuid, die beperkt kan zijn aan de voetrug en weinig zichtbaar wanneer de voet in “verticale” stand staat, duidelijk kunnen identificeren

Optioneel: De injectiespuiten met eventuele reststof of een andere referentiebron worden binnen het camerabereik geplaatst. Daarbij dient erover te worden gewaakt dat ze in dezelfde geometrische stand worden geplaatst!

Meten van de injectiepunten en van de reststof in de injectiespuiten (of van een standaardbron)

Matrix 128x128 (of 256x256), word modus, stat of dyn (volgens de lineariteit van de camera voor hoge punctuele activiteit), 60 sec of 10x2sec

⇒    Na correctie voor de fysische vermindering, berekenen van de extracties

⇒    E = {(At0) – (A aan het eind van het onderzoek)}* 100 / (At0)

Normen:

-    De extractie ter hoogte van de injectiepunten moet >of = aan 30%
-    asymmetrie van de extractie is slechts significant waneer de delta tussen de 2 extracties groter is dan 25% van het gemiddelde

Opmerking: een geïsoleerde pathologische extractie aan het onderzoek (zonder andere functionele of morfologische anomalieën) in aanwezigheid van een oedeem is mogelijk, maar wordt slechts zelden waargenomen. De oorzaak hiervan is nog niet duidelijk afgelijnd.

b) Beeldvorming van het volledige lichaam – van hoofd tot voeten

Scannen van het volledige lichaam – van de voeten (inclusief injectiepunten) tot het hoofd langs voren en idealiter langs achter
(Step & shoot: 120 sec per beeld of volledig lichaam in 10-12 minuten)

Let op !

Erop toezien dat de patiënt niet de handen in de zakken houdt ter hoogte van de inguinale streek! Dat kan immers leiden tot een diffuus beeld dat een lymfereflux in de hand kan werken vanaf de inguinale klieren.

Normen:

-    de tracer moet minimaal het eerste onderste femoro-inguinale klierstation bereiken en verder stijgen tot lumbo-aortaal niveau

-    hepatische activiteit is normaal

-    bij 30 tot 40% van de gevallen kan een klier links aan de buitenkant van het sleutelbeen worden waargenomen

-    er dient een normaal lymfevattraject te worden vastgesteld ter hoogte van het interne gedeelte van het lidmaat vanaf het injectiepunt tot het eerste klierstation

 

De voor het medisch onderzoek verantwoordelijke arts er bij roepen!

Interessante aanvullende beeldvorming na het uitvoeren van deze fase?

In dit stadium kan het interessant zijn aanvullende beelden te maken (naast de beelden die eventueel in het kader van fase 4 en 5 worden gemaakt) zoals:

- een statisch beeld met gespreide knieën om te bepalen dat er ja dan neen reflux bestaat in de schaamlippen of in het scrotum,

- een tomografie van het bekken en het abdomen (bij ruime collateralisatie van de opperhuid ter hoogte van de pelvis die de  intra-abdominale toestand van de klieren aan het oog kan onttrekken of bij twijfel over bepaalde intra-abdominale kliergroepen) of op de thorax (bij onderzoek naar pathologieën ter hoogte van de borstbuis)

- wanneer de beelden enkel werden gemaakt langs voren en wanneer er twijfel rijst over het al dan niet aanwezig zijn van knieholteklieren (soms moeilijk zichtbaar bij het maken van beelden langs voren), kan een beeld langs achteren van de knieën worden gemaakt



WANNEER SLECHTS EEN OF TWEE INGUINALE OF ILACALE KLIERSTRUCTUREN WORDEN WAARGENOMEN OF INDIEN GEEN ENKELE INGUINALE OF ILIACALE STRUCTUUR WORDT WAARGENOMEN AAN HET EIND VAN HET ONDERZOEK IN FASE 3 OP DE STATISCHE BEELDEN

⇒    Fase 4 en 5     DOOR DE ARTS!!!

 


 
CMS by DMoon