|
Pr. P. Bourgeois
Institut Jules Bordet
Bruxelles
De techniek van nucleaire geneeskunde waarbij onderzoek wordt
verricht naar het lymfestelsel is momenteel toegespitst op twee grote,
doch uiteenlopende domeinen:
- het aantonen van de “poortwachterklier” bij een hele reeks kankers waarbij een heelkundige ingreep is vereist en
- het opsporen van oedemen in de ledematen (“gezwollen armen” of
“zware benen”) waarbij een pathologie van het lymfestelsel (veelal
goedaardig) wordt vermoed.
Het lymfestelsel ?
Het lymfestelsel bestaat uit :
- vaten die in alle lichaamsweefsel aanwezig zijn en die
vloeistoffen, proteïnen, celafval, vetten … of cellen en microben die
zich er in abnormale hoeveelheden zouden kunnen opstapelen, moeten
verwijderen (er aan moeten onttrekken en terug in de bloedomloop
brengen)
- lymfeklieren (“noduli”), dat zijn tussenliggende structuren op
die lymfevaten die tezelfdertijd filter en pomp spelen voor de lymfe.
Ziekten van het lymfestelsel ?
Alle kankers, ongeacht hun oorsprong, kunnen in tweede instantie
oorzaak zijn van een aantasting van de lymfeklieren: wanneer de
kankercellen het kankergezwel verlaten via de lymfevaten worden ze
opgevangen in de klieren en kunnen daar metastasen ontwikkelen. Deze
risicoklieren, “sentinel” of poortwachterklieren (zie verder) kunnen
precies worden aangetoond aan de hand van lymfoscintigrafie-technieken.
De lymfevaten evenals de lymfeklieren kunnen aangetast raken bij
ziekte, heelkundige ingreep, infectie, ongeval, … Ze kunnen ook de plek
zijn waar zich primaire, niet-carcinomateuze ziekten ontwikkelen. De
hierna beschreven werking kan echter in al die verschillende gevallen
worden verstoord en meer bepaald leiden tot een oedeem, een zwelling
van het weefsel. Vandaar dat men het heeft over een “gezwollen arm” na
bijvoorbeeld een borstkankeroperatie, “zware benen”, “lymfoedemen”, …
Lymfestelsel en Nucleaire geneeskunde ?
Lymfoscintigrafie !
Lymfoscintigrafie? Principe en praktijk.
Het principe en de praktijk van lymfoscintigrafie zijn vrij
eenvoudig. Kleine radiogemerkte colloïdale deeltjes worden in een
bepaald weefsel ingespoten waaraan ze vervolgens worden onttrokken door
het uiteinde van de lymfe die er ontstaat. Vervolgens worden ze
getransporteerd in de lymfevaten die het geïnjecteerde weefsel
draineren. Tot slot stapelen ze zich op in de lymfeklieren (de
lymfe-noduli) waar ze doorheen moeten. De lymfevaten en klieren kunnen
dynamisch in kaart worden gebracht dankzij lymfoscintigrafie.
Lymfoscintigrafie en oedemen
Lymfoscintigrafie-onderzoek is bij de behandeling van alle soorten
van oedemen bijzonder nuttig. Afhankelijk van het betrokken deel van
het lichaam (bovenste of onderste ledematen, gezicht, borsten, genitale
zone), moet de manier waarop het lymfoscintigrafie-onderzoek wordt
uitgevoerd echter worden aangepast en de procedures steeds precies en
strikt worden opgevolgd.
Een oedeem kan vele oorzaken hebben en wanneer het lymfestelsel is
geraakt, moet de behandeling (kinesitherapie, chirurgie, …) gericht
worden aangepast.
Lymfoscintigrafie behoort tot de vaste technieken bij het stellen
van een diagnose van lymfe-oedemen en bij de evaluatie van de ernst
zoals gedefinieerd in de nomenclatuur voor de terugbetaling van de
kinesitherapieprestaties door het RIZIV. Perfect uitgevoerd
lymfoscintigrafie-onderzoek kan inderdaad de weg aantonen waarlangs het
oedeem kan worden verwijderd en welke zone de kinesitherapeut in het
bijzonder moet bewerken om ze te openen, ze open te houden of om ze te
stimuleren.
Bepaalde lymfoscintigrafie-eigenschappen van het lymfe-oedeem kunnen
ook aanleiding geven tot het voorstellen van bepaalde
chirurgisch-therapeutische benaderingen, maar sommige wijzen eerder op
argumenten om net niet chirurgisch in te grijpen.
Bij bepaalde “goedgekende” oedemen of bij een operatie die het
lymfestelsel zou kunnen beschadigen, kan het
lymfoscintigrafie-onderzoek ook preventief worden gebruikt met het oog
op het diagnosticeren van om het even welke mogelijke ontwikkeling van
een latente, subklinische lymfe-oedeem.
Lymfoscintigrafie en de “poortwachterklier” bij oncologie
Bij kanker in een deel van een orgaan (bijvoorbeeld borstkanker) is
de “poortwachterklier” de eerste klier waarin de kankercellen, die via
de lymfevaten hun territorium verlaten, worden “opgehouden”. Wanneer de
poortwachterklier al bij de operatie kan worden geïdentificeerd, kan
die met de microscoop worden geanalyseerd. Als wordt aangetoond dat die
klier niet door de kanker is aangetast, moeten de overige klieren niet
worden verwijderd omdat het vrij onwaarschijnlijk is dat de kanker de
poortwachterklier zou by-passen. Op die manier kunnen ook complicaties
(waaronder een gezwollen arm) als gevolg van een ingrijpende chirurgie
waarbij alle klieren worden verwijderd, worden voorkomen.
Radiogemerkte colloïden worden rond de tumor ingespoten en stapelen
zich op in de poortwachterklier die op het beeld, evenals tijdens de
operatie, kan worden teruggevonden met behulp van een detectiesonde.
Deze opsporings- en onderzoekstechniek van poortwachterklieren op
basis van lymfoscintigrafie wordt nu routineus toegepast bij
borstkanker, melanomen, vulvakanker. Bovendien hebben heel wat
instellingen er ervaring mee bij verschillende andere soorten van
kanker: prostaat, KNO, baarmoederhals, schildklier, …
Lymfoscintigrafieën en andere pathologieën
Lymfoscintigrafie-onderzoek kan ook nuttig zijn bij bepaalde andere
aandoeningen zoals chylurie, chylothorax, chyloperitoneum,
pleura-exedaat of chyleuze pericardiale vochtophoping, …
Légende : Image lymphoscintigraphique (vue
oblique antérieure avec le sein déplacé vers la ligne médiane) centrée
sur le creux axillaire droit obtenue chez une patiente avec cancer du
sein 3 heures après les injections intra-mammaires du radio-colloide
autour de la tumeur.
Mise en évidence de 2 ganglions sentinelles
axillaires droits accolés à l’entrée du creux. Ces 2 ganglions
sentinelles n’étaient pas atteints par le cancer et les 17 autres
ganglions trouvés dans la pièce de curage large étaient également non
atteints.
Légende : Patient avec un lymphoedème primaire tardif du membre inférieur gauche.
Imageries lymphoscintigraphiques (balayages corps entiers, des pieds
en bas à la tête en haut) obtenues (de gauche à droite) 30 minutes
après injection du radio-colloïde dans le premier espace interdigital
de chaque pied, puis après 5 minutes d’exercice des pieds et enfin
après une heure de promenade.
A gauche, nous observons une image de reflux et de collatéralisation
dermique superficielle de la cheville jusqu’à mi-cuisse (voir flèches
1) avec des ganglions absents en inguinal (voir flèche 2) et iliaque
commun (voir flèche 3)
|