|
Pr. R. Hustinx
CHU - Sart-Tilman
Liège
Dit onderzoek wordt gebruikt bij het opsporen van zeldzame tumoren,
inzonderheid feochromocytomen.
Deze tracer zoekt specifiek naar dit soort van tumoren. Aan de hand
van het onderzoek kan een klinische of biologische diagnose (bloed- en
urineanalyse) worden bevestigd en de plaats en eventueel het aantal
letsels worden bepaald. Dit is geen eerstelijns onderzoek, maar gebeurt
veelal nadat eerder een hele reeks onderzoeken werden uitgevoerd die de
diagnose vooropstellen. In uitzonderlijke gevallen gebeurt een
MIBG-scintigrafie ook omdat eerdere tests geen uitsluitsel gaven
terwijl er toch sterke klinische vermoedens zijn (op basis van
aanwijzingen en symptomen).
Het onderzoek vergt een zeer precieze voorbereiding. Zo kunnen
bepaalde medicijnen niet worden ingenomen tijdens de dagen die het
onderzoek voorafgaan. Onderstaande lijst is geenszins exhaustief en het
is dan ook van het grootste belang dat u contact opneemt met de dienst
nucleaire geneeskunde of u een medicijn neemt dat eventueel niet
compatibel
is met scintigrafie.
Hou dan ook de volledige lijst van medicijnen die u momenteel neemt
bij de hand wanneer u contact met ons opneemt voor een afspraak.
Medicijnen te stoppen
- Opioïde pijnstillers (opioïden), Cocaïne, Tramadol
- 7-14 dagen voor de procedure
- Tricyclische antidepressiva: Amitriptyline en afgeleiden, imipramine en afgeleiden, amoxapine, loxapine, doxepine, …
- Sympathicomimetica : (bestanddelen van decongestiva, dieetproducten, luchtwegverwijders) :
fenylpropanolamine,
pseudoefedrine, fenylefrine, amfetamine, dopamine, isoproterenol,
salbutamol, terbutaline, fenoterol, xylometazoline
- Bloeddrukverlagende middelen en cardiovasculaire agentia :
- Labetalol, metoprolol, amiodarone
- Reserpine
- Bretylium, guanethidine
- Calciumantagonisten :
- nifedipine, nicardipine, amlodipine
- IEC
- Antipsychotica :
- Fenothiazines (frequent bij anti-emetica en anti-allergica)
Thioxanthenen, Butyrofenonen
Bij MIBG-scintigrafie wordt gebruik gemaakt van radioactief jodium.
Afhankelijk van de pathologie en afhankelijk van het onderzoekscentrum
wordt daarbij gebruik gemaakt van I131 of I123. De schildklier moet
echter steeds worden beschermd. Dat gebeurt veelal door inname van een
Lugol-oplossing tijdens de dagen die aan het onderzoek voorafgaan en
die erop volgen.
De te volgen procedures kunnen van centrum tot centrum verschillen
en worden u meegedeeld wanneer u contact opneemt met de afdeling
nucleaire geneeskunde waar het onderzoek zal worden uitgevoerd. Bij
zwangere vrouwen mag een dergelijk onderzoek niet worden uitgevoerd.
Praktisch gezien wordt MIBG in een veneuze katheter geïnjecteerd. De
beelden (de eigenlijke scintigrafie) worden in tweede instantie
vastgelegd; meerdere uren of zelfs meerdere dagen na de inspuiting. Ook
hier is de procedure afhankelijk van de gebruikte isotoop (I123 of
I131) en van het centrum.
Bij het maken van de afspraak wordt de gevolgde procedure in detail toegelicht.
|