Belnuc
Schildklierscintigrafie Afdrukken
Dr J. Foidart
CHU - Sart-Tilman
Liège

Het opsporen van een schildklierprobleem omvat over het algemeen een klinisch onderzoek, biologische controles, een echografie van de hals evenals een schildklierscintigrafie.
Hoogstzelden wordt daarbij gebruik gemaakt van een scanner of van nucleaire magnetische resonantie.

Wat houdt een schildklierscintigrafie in:

Met een schildklierscintigrafie krijgt men een soort van  « functionele kaart » van de schildklier aan de hand waarvan de grootte, de ligging in de hals of lager, met een extensie in de borstkas kan worden bepaald. In dat laatste geval spreekt men van een schildkliervergroting, krop of struma die zich in de borstholte heeft gevestigd.

Uit het onderzoek komt ook naar voren welke zones normaal, overmatige of ondermaats werken: bijvoorbeeld een « warme » of een « koude » nodulus, …

Bij dit onderzoek kan worden gebruik gemaakt van twee radioactieve stoffen:

  • Jodium 123 dat oraal of intraveneus (IV) wordt toegediend. Deze tracer gedraagt zich op dezelfde manier als mineraal jodium dat voor de werking van de schildklier van essentieel belang is.
  • Tc-99m intraveneus toegediend. Dit product gedraagt zich min of meer zoals jodium.

Voorbereiding van het onderzoek:

Om een hoogwaardige schildklierscintigrafie te verkrijgen moet men:

  • Vermijden jodiumhoudende producten te nemen in de weken die het onderzoek voorafgaan (bijvoorbeeld: isobetadine, algenproducten, … vraag uw arts of apotheker hierin om advies, …)
  • Idealiter een behandeling met schildklierhormonen gedurende 2 tot 3 weken onderbreken (ga na, in overleg met uw huisarts, of een dergelijke stopzetting tot de mogelijkheden behoort)
  • Zich nuchter aandienen voor het onderzoek wanneer de toediening van de radioactieve stof (jodium 123) oraal gebeurt.

Hoe verloopt het onderzoek?

  • Met jodium 123:
    U krijgt u een drinkbare oplossing toegediend.
    Het onderzoek wordt 3 tot 4 uur later uitgevoerd wanneer het radioactieve jodium in voldoende mate door de schildklier werd opgenomen.
  • Met Tc-99m:
    Het product wordt intraveneus toegediend en de scintigrafie gebeurt ongeveer
    20 minuten later.

De toediening van deze producten leidt niet tot bijwerkingen en er is evenmin
sprake van tegenaanwijzingen.
Een allergie aan jodiumhoudende contrastvloeistoffen vormt evenmin een probleem.

Scintigrafie:

De patiënt ligt op de rug en het registreerapparaat (gammacamera) bevindt zich
boven de hals.
Het vastleggen van de beelden neemt ongeveer 10 minuten in beslag.

Op basis van de informatie wordt een kleurbeeld van de schildklier aangemaakt en kunnen eventueel ook de afmetingen ervan worden opgemeten.

Risico’s en bijwerkingen:

Bij geen van beide producten is er enig risico.

Het onderzoek mag echter niet worden uitgevoerd bij zwangere vrouwen, bij vrouwen bij wie een vermoeden van zwangerschap bestaat of bij vrouwen die borstvoeding geven (is, mits een aantal voorzorgsmaatregelen, toch mogelijk).

 

 
CMS by DMoon